• Richard van de Velde

Mysterieuze gedenknaald op binnenplaatsje

BUREN Degenen die in het najaar de kunstmarkt van Buren bezoeken, zien op het terrein van het Marechausseemuseum een imposant monument staan. Het is al tweemaal verhuisd, maar nu staat het daar al meer dan dertig jaar. Het is geen graf- maar een herdenkingsmonument voor een Friese jongeman, die in 1929 in Curaçao door een groep Venezolaanse bandieten is vermoord. Waarom staat het dan in Buren?

door Richard van de Velde

Als begin 1929 de nieuwe Nederlandse gouverneur Fruytier op Curaçao aankomt, vraagt hij meteen om meer politiepersoneel en met de nieuwe presidentsverkiezingen in Venezuela in het vooruitzicht lijkt een permanente aanwezigheid van een oorlogsschip bepaald ook geen luxe. De dreiging van die zijde vindt nooit plaats, maar komt van het eiland zelf.

De Venezolanen waarvan de meesten op Curaçao bij de olieraffinaderijen werken, zijn in twee groepen te verdelen: vrijheidsstrijders die de Venezolaanse dictator Gómez willen verdrijven en Venezolaanse communisten die de macht willen overnemen. Aanhangers van de dictator zijn er nauwelijks te vinden.

Uit de eerste groep ronselen de Venezolaanse activisten Generaal Rafael Urbina en kolonel Gustavo Machado veel mannen, die van zins zijn met behulp van buitgemaakte wapens uit Curaçao, een coup te plegen in Venezuela. Ze roepen: ,,Curaçao is een slaaf van Gomez. Het mag niet zo zijn, dat deze man overal ter wereld de baas speelt."

Na een gedegen voorbereiding razen 's avonds 8 juni 1929 twee van de olieraffinaderijen 'geleende' gepantserde vrachtbussen met elk 20 man 't Waterfort' binnen, waarin zich het hoofdbureau van politie bevindt. Ze springen gewapend met 60 cm lange machetes (kapmessen) en automatische pistolen het wachtlokaal binnen en sabelen de dienstdoende commandant sergeant-majoor Vaas neer en nemen de sleutels van de diverse vertrekken mee. Een tweede groep dringt de eetzaal binnen en sabelhouwen treffen de hoofden van sergeant Jacob Marcusse en brigadier Jan van Zuilen, waardoor ze kort na elkaar overlijden. Een derde groep bezoekt de slaapzaal en bevrijdt ook gevangenen die in de cellen van het fort zitten. Handlangers verrichten op hun beurt weer hand- en spandiensten door het radiostation en telegraafkantoor te bezetten, zodat geen berichten naar buiten komen. Tevens houden ze de grote schipbrug in de haven open. De laatste groep rebellen dringt het wapendepot binnen en roven daar alle geweren en munitie. De buit bestaat o.a. uit: 197 geweren, vier mitrailleurs, 38 pistolen, 75 klewangs, vier kleine kanonnen en geld uit de kas. Een zware tegenvaller is het aantal patronen dat wordt buitgemaakt. Geen verwachte 50.000, maar slechts 7000 stuks zitten in de kisten. De rest zijn losse patronen. Het slagen van hun plannen hangt daardoor aan een zijden draad……

Naar Caracas!

Ondertussen is kapitein Borren, de commandant van de militaire politie, door de bende gevangengenomen. Ze brengen hem naar gouverneur Fruytier en onder dwang moeten ze Urbina en zijn manschappen met hun buit ongestoord per boot laten vertrekken. Zo niet, dan worden de Eagle en Lago-olieraffinaderijen op het eiland in brand gestoken.

Net na 12 uur 's nachts verlaat het door de 'zeerovers' gekaapte Amerikaanse passagiers- en vrachtschip Maracaibo de haven en vaart de St. Annabaai uit. Voor de zekerheid neemt de bende acht militairen en Fruytier en Borren mee als gijzelaars. ,,Vooruit naar Caracas, niemand kan ons tegenhouden!" schreeuwen ze.

Na vier uur varen, gaan de 260 bendeleden vlak voor de kust van La Vela de Coro in Venezuela met drie sloepen aan wal. Ze geraken al snel in vuurgevecht met regeringstroepen. Hun munitie raakt snel op, zodat Urbina en zijn mannen zich moeten terugtrekken in de jungle. De opstand mislukt, maar ze voeren geruime tijd daarna nog een guerrillastrijd.

De Maracaibo vaart ongeschonden weer terug naar Curaçao en daarmee komt aan de spanning waarin het eiland verkeert, een einde.

Twee dagen later vertrekt vanuit Nederland de torpedojager Kortenaer 'met spoed' naar Curaçao. Na de overval van de rebellen, stationeert de regering permanent een marineschip op de Antillen. Om problemen in de toekomst te voorkomen richt men ook meteen een soort schutterij op: het Vrijwilligers Korps Curaçao (VKC).

Sergeant- majoor Lieuwe Vaas is geboren in 1897 nabij het Friese Franeker. Zijn vader heeft in het dorpje een levensmiddelenzaak. Vlak voor de eerste Wereldoorlog begint, neemt Lieuwe dienst als vrijwilliger dienst bij de rijdende artillerie. Na beëindiging van zijn contract meldt hij zich in 1919 aan bij de dan juist opgerichte Politietroepen. In juli 1928 wordt hij hiervoor instructeur op Curaçao. Zijn vrouw Lijdia en zijn drie nog jonge kinderen vergezellen hem.

Bij schouwing blijkt dat Lieuwe door sabelhouwen en messteken meteen is overleden.

Het tweede slachtoffer is de ongetrouwde brigadier Jan J. van Zuilen uit Utrecht. Hij is geboren op 13 december 1897 in Utrecht. Vanaf 1923 dient hij eerst als sergeant 1e klas op Java en Ambon in Indië, waarna hij in januari 1929 weer terugkeert naar Nederland en kort daarop naar de West trekt.

Hij heeft behalve sabelhouwen ook schoten in de rug en de borst opgelopen.

Het laatste slachtoffer is de 29-jarige vrijgezelle sergeant Jacob Marcusse, die op 15 oktober 1900 is geboren in het Zeeuwse Wissenkerke. Hij is op Curaçao werkzaam bij het verkeerswezen. Bij onderzoek in het ziekenhuis blijkt, dat zijn schedel al door de eerste houw is gespleten.

Een comité van burgers van Curaçao plaatst eind november 1930 ter nagedachtenis aan de drie omgekomen militairen een gedenkteken op het gezamenlijke graf van hen op de Militaire Begraafplaats aan de Roodeweg in Willemstad. Het monument stelt sergeant Vaas voor met de Nederlandse vlag in de hand, staande tegen een fortmuur ter verdediging.

Ook in Nederland komt een gedenkteken, maar nu vreemd genoeg alleen voor de officier, sergeant-majoor Vaas. Het is een vier meter hoge gedenknaald uit rood terrazzo en de onthulling ervan vindt plaats op 30 januari 1930 op het voorplein van de Koning Willem lII kazerne in Nieuwersluis. De vrouw van Lieuwe Vaas, zijn ouders en een broer wonen de plechtigheid als genodigden bij. Op de voorzijde staat als opschrift: Ter gedachtenis aan sergeant-majoor instructeur L. Vaas, op zijn post gesneuveld te Curaçao op 8 juni 1929.

Op de achterzijde staat: Geboren op 12 november 1897 te Menaldumadeel, in dienst getreden bij de Politietroepen op 9 januari 1919.

Aan de linkerzijde: Een goed kameraad en een voorbeeld voor zijne ondergeschikten. En tenslotte aan de rechterzijde: Het vervullen van zijn plicht stond bij hem bovenaan.

In 1952 krijgt het gebouw en het voorplein een andere bestemming en verhuist het monument naar het voorplein van het opleidingscentrum van de Koninklijke marechaussee te Apeldoorn. Ook dit plein krijgt in 1984 weer een andere bestemming en brengt men de gedenknaald over naar de tuin van het Museum van de Koninklijke Marechaussee te Buren. Uiteraard weer met toestemming van Vaas' weduwe, die op 87-jarige leeftijd de derde onthulling nog meemaakt.

Afgelopen juni is er door een kleindochter van Lieuwe Vaas nog een bloemetje bij het in slechte staat verkerende monument gelegd. Bij een volgende gelegenheid is het te hopen dat de gedenknaald is gerestaureerd. Na ruim 85 jaar is het daar echt wel aan toe.

Mocht u nog over aanvullende informatie beschikken, dan kunt u contact opnemen met Richard van de Velde, telnr. 0345-502583 of via r.velde@hetnet.nl