• Jean Meerssman uit Maurik wordt zwaargewond weggevoerd en overlijdt kort daarop.

    Archief
  • Archief
  • Archief
  • Archief
  • Archief
  • Archief
  • Archief
  • Archief

Gedenkteken voor omgekomen Indiëgangers uit gemeente Buren

BUREN Dit jaar is het zeventig jaar geleden dat 'Onze jongens', zoals ze liefkozend door het thuisfront werden genoemd, gedesillusioneerd uit Nederlands-Indië terugkeerden. Ze hadden daar volgens de Koningin orde, rust en veiligheid moeten brengen. ,,Er gaan verhalen rond van jongens die gestorven waren met 'Leve de Koningin' op hun lippen. Geloof het maar niet, wel dat ze op dat moment om hun moeder riepen. De woorden moed, beleid en trouw hebben voor mij geen waarde meer, wel zenuwen en angst, zei een van hen."

door Richard van de Velde

Door de overgave van Japan op 15 augustus 1945 eindigt ook de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. Twee dagen later roepen Soekarno en Hatta de Republiek Indonesia uit. Nationale comités en revolutionaire jongeren maken nu de dienst uit en dit mondt uit in een uiterst gewelddadige revolutionaire explosie en rekent af met alles wat buitenlands is: Brits, Chinees, Japans of (Indisch) Nederlands. Veel van de uit de Jappenkampen teruggekeerde Nederlanders worden op gruwelijke wijze vermoord.

De zgn. vrouwenkampen worden met handgranaten en sluipschutters aangevallen en beschoten. Het aantal slachtoffers in deze zgn. "Bersiap"–periode tot januari 1946 wordt geschat op 5500 doden. In oktober 1945 brengen deze nationalisten al deze groeperingen bijeen tot een leger: Tentara National Indonesia (T.N.I.), die al snel de confrontatie zoekt met de Britse troepen. De Nederlandse regering ziet dat het Britse leger het niet aankan en treft voorbereidingen voor een expeditieleger, zodat het Nederlands gezag in Nederlands-Indië weer hersteld kan worden. Dit leger bestaat geheel uit oorlogsvrijwilligers (OVW), omdat de grondwet niet toelaat dat dienstplichtigen naar overzeese gebiedsdelen worden gestuurd. Een snelle grondwetswijziging maakt dat wel mogelijk.

Kort hierna wordt de lichting 1945 opgeroepen en op 1 september 1946 wordt de 7 decemberdivisie opgericht. Vrijstelling voor militaire dienst kan worden aangevraagd op grond van 'onmisbaarheid in het boeren-of tuiniersbedrijf'. In de Betuwe gebeurt dit regelmatig.

KERSENPLUKKERS Er zijn hier veel jongemannen die als oorlogsvrijwilliger naar "Indië" willen gaan en er is zelfs sprake van een Betuwe Compagnie, de zgn. 'kersenplukkers'. Deze wordt toegevoegd bij de 1-5 R.I.. Veel O.V.W.-bataljons zijn voortgekomen uit de illegaliteit vnl. in de provincie Utrecht, waardoor dit onderdeel de bijnaam krijgt 'Utrechts Bataljon". Maar het aantal benodigde militairen van 800 wordt niet bereikt en tenslotte wordt deze Betuwe Compagnie gestrikt om het te completeren.

,,Er waren vast jongens die dachten: avontuur in een vreemd land, zeereis, maar al gauw kwamen ze erachter dat eten en huisvesting slecht was en dat ze je elk moment konden beschieten of je keel afsnijden. Ik heb op de lagere school dat rijtje geleerd van: Bali-Lombok-Soembawa, Soemba, Flores en Timor. Petroleum kwam er vandaan, rubber en dan hield het wel op. Geen flauw benul dat daar 80 miljoen mensen woonde…."

Nederland erkent de Republiek niet als een onafhankelijke staat, maar beschouwt haar als een opstandige kolonie. Daarom gebruikte men de term 'politionele acties' (kortdurende Nederlandse offensieven), in de hoop hiermee minder buitenlandse kritiek op het militaire optreden te krijgen. De Indonesische nationalisten voeren een guerrillaoorlog tegen het Nederlandse leger. Tijdens de beide politionele acties worden door de Nederlandse troepenmacht in Indonesië, met inbegrip van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), meer dan 100.000 manschappen ingezet. Dus van een beperkte 'politieactie', zoals de Nederlandse regering het probeert voor te stellen, is geen sprake. "De soldij voor de soldaten in het veld bedroeg F 1,25 en later een rijksdaalder. Als gevarenpremie kreeg je per dag een pakje sigaretten."

TROPISCHE VOGEL Al snel blijkt dat Nederland de internationale druk om Indonesië los te laten, heeft onderschat. In augustus 1949 dwingt de VN Nederland tot een staakt-het-vuren en drie weken later is er in Den Haag een zgn. Rondetafelconferentie. Op 27 december 1949 vindt daar de soevereiniteitsoverdracht plaats. Nederland doet definitief afstand van Indië en daarmee begint de repatriëring van de ruim 100.000 Nederlandse militairen die zich nog op Indonesische bodem bevinden en van 5000 Zuid-Molukse militairen met hun gezinnen. Door gebrek aan voldoende troepenschepen komen de laatsten pas in het voorjaar van 1951 naar huis.

'Toen we in Rotterdam aankwamen stond er een kappelletje op de kade te spelen. We gingen van boord en kregen in een grote loods een bekertje koffie en een sinaasappel. Vervolgens in bussen naar huis.' 'Bij thuiskomst was er veel veranderd: je meisje was ondertussen getrouwd en je oude baan was ondertussen weer vergeven of je kon terugkomen tegen het oude salaris.' 'Ik moest mijn uniform inleveren en F 3,50 bijbetalen, omdat ze een vork en een overhemd misten.' 'De straten waren versierd en er stond een ereboog met 'Welkom thuis' bij ons ouderlijk huis. De buurt liep uit om die tropische vogel te bewonderen. Ik kreeg ook nog een fiets en een horloge van de buurtvereniging.' 'De mensen maakten in de bus en op verjaardagsfeestjes vaak zeer onaangename opmerkingen over ons Indiëgangers: rokkenjagers, vakantievierders en zelfs moordenaars.'

Meer dan 100.000 dienstplichtigen en oorlogsvrijwilligers hebben tussen 1945 en 1949 gediend in Nederlands-Indië. Maar liefst 5000 van hen zijn daarbij omgekomen, waarvan ongeveer de helft door gevechtshandelingen en de overigen ten gevolge van ziekten en ongevallen. Aan Indonesische zijde vallen naar schatting 150.000 man als gevolg van Nederlands militair optreden en geweld uitgeoefend door de Indonesische nationalisten.

OMGEKOMEN INDIËGANERS Vijf Indiëgangers uit de huidige gemeente Buren zijn omgekomen in De Oost. Hoog tijd om ze uit de vergetelheid te halen, want zij moeten herinnerd worden.

Jan van Hensbergen is op 23 november 1917 in Zoelen geboren. Zijn ouders zijn metselaar Jan Willem van Hensbergen en Janna Willemina van Asch. Zij krijgen zeven kinderen. Jan trouwt in april 1940 met Gerrie van Ingen, wonen in Tiel op Kijkuit 42 en krijgen samen drie kinderen. In de meidagen van 1940 is Jan als dienstplichtige gelegerd op de Grebbeberg. Hier is hij met veel geluk ongeschonden uitgekomen.

Volgens familieleden staat Jan bekend als een levensgenieter/ vrijbuiter. Hij heeft veel verschillende beroepen gehad: o.a. Circus Renz-medewerker, metselaar en medewerker op de jamfabriek De Betuwe in Tiel, voordat hij kiest om als oorlogsvrijwilliger uitgezonden te worden naar Nederlands-Indië. Hier wordt hij ingedeeld bij de HKAG, wat staat voor Hoofd Kwartier Adjudant Generaal. Zij behartigt alle personele zaken van het leger en is verantwoordelijk voor het moreel van de troepen tijdens het verblijf in Indië.

Drie maanden voor hij zou terugkeren met het troepenschip De Grote Beer naar Nederland, raakt Jan bij een auto-ongeluk zwaar gewond. Als gevolg daarvan overlijdt hij korte tijd later op 29 mei 1949 in een ziekenhuis in Tjimahi. Jan ligt begraven op het Nederlands Ereveld Pandu in Bandung.

Jacob van Dam wordt op 3 februari 1922 in Maurik geboren. Zijn ouders zijn de schipper Jacob Gerardus van Dam en Jannetje Rijksen en hebben als waladres Rijnbandijk 53 in Maurik. Ze trouwen daar in 1914 en krijgen samen zeven kinderen. De ongehuwde 'Jaap' was net als zijn vader schipper van beroep.

Hij maakt als oorlogsvrijwilliger deel uit van het 2e mariniersbataljon, dat in Soerabaja gelegerd is.

Jaap is om het leven gekomen, doordat hij van een tank is gevallen. Hij is begraven op het Nederlands Ereveld Kembang Kuning te Surabaya.

Willem de Waal is in Zoelen geboren op 6 januari 1928. Zijn ouders zijn landbouwer Marinus de Waal en Hendrika van Zandwijk. Ze krijgen negen kinderen en wonen in Zoelen op de Kerkstraat 32. Jan Willem was verloofd met Diny van Mourik. Als dienstplichtig soldaat maakt hij deel uit van de zesde infanterie eenheid, ook kortweg F-Brigade genoemd. Hij komt aan boord van de Sibajak op 4 september 1948 in Cheribon aan. Hier wordt het bataljon gelegerd te Madjalengka waar het gedurende zes weken een voortgezette tropenopleiding volgde. Op 15 december krijgt het bataljon het regentschap Cheribon als bataljonsvak toegewezen. Hier is het ook dat Jan-Willem op 9 oktober 1949 tijdens een patrouille nabij kampong Beber in een hinderlaag van de T.N.I. terecht komt en daarbij dodelijk gewond raakt door een borstschot. Wim ligt begraven op het Nederlands Ereveld Pandu in Bandung.

Jean Baptiste "Broer" Meerssman wordt op 2 september 1928 geboren in Maurik. Zijn ouders zijn bierbottelaar en frisdrankhandelaar Hendrik Meerssman en Catharina Ekkelboom. Ze wonen op De Dries 1 in Maurik en krijgen drie kinderen. Het is de bedoeling dat Jean het bedrijf van zijn vader zal overnemen. Hij heeft daarvoor de ULO in Tiel, met middenstandsdiploma, met goed gevolg afgesloten. Jean is dienstplichtig soldaat en krijgt zijn opleiding op de Ernst Casimirkazerne in Roermond. In september 1948 wordt hij met de ms. Johan van Oldenbarnevelt naar Nederlands-Indië gestuurd. Jean wordt daar gelegerd in een kazerne te Semarang. Hier komt hij met zijn legeronderdeel 3-4-9 Regiment Infanterie op 28 december 1948 in actie op een suikerfabriek in Bedji, 50 km van Djokjakarta. Tijdens deze gevechten met de N.T.I. sneuvelt eerst zijn collega en even later wordt Jean in zijn lever geraakt.

Onder hevig vuur wordt Jean op een geïmproviseerde draagbaar naar het dichtstbijzijnde stadje Klaten gedragen. Van hieruit wordt hij op een open vrachtwagen naar Soerakarta, ook wel Solo genoemd, naar een militair ziekenhuis gebracht. Hier overlijdt hij op 7 januari 1949 en wordt begraven op het Nederlands Ereveld Candi te Semarang. De burgemeester en dominee van Maurik brengen de onheilstijding reeds de volgende morgen over aan zijn ouders. Zij krijgen later van het Ministerie van Defensie nog een doos toegestuurd, met daarin zijn persoonlijke bezittingen zoals zeep, brieven van het thuisfront en een beschadigde foto van een meisje.

Triest is het als het lichaam van een slachtoffer nooit meer is gevonden. Dat is het geval met Hendrikus Clasinus "Arie" Arisse, die op 21 augustus 1925 in Zoelen is geboren. Zijn ouders zijn de Zoelense landarbeider Albertus Bernardus Arisse en de Maurikse Ottolina Verkerk. Ze trouwen in 1919 in Maurik en krijgen samen vijf kinderen.

Het gezin woont in 1928 in Zoelen op het zgn. Lombok, Hogestraat 165.

Arie is op de lagere school dol op knutselen, lezen, dansen en toneel en goed in voetballen en atletiek. Volgens een oud-klasgenoot is hij een echte grappenmaker.

Op 18 januari 1945 komt Arie via België naar Londen en wordt na keuring geschikt gevonden voor de Marine. Volgens dat rapport is hij 170 cm lang, heeft blond haar, blauwe ogen en een litteken op zijn voorhoofd. Hij maakt de indruk dat "hij weet wat hij wil". Net voor de strijd in Nederlands-Indië losbrandt, komt Arie begin juni 1945 als oorlogsvrijwilliger en stoker op het fregat Flores van de Koninklijke Marine terecht. Hij wordt op 15 oktober 1946 geplaatst bij de Marine Bewakings Afdeling te Tandjong Priok, de haven van Batavia. Tijdens een nachtelijke patrouille op 19 november 1946 raakt hij vermist. Bij een direct ingezette zoekactie door andere leden van de patrouille, wordt Arie zwaargewond gevonden en vervolgens naar het militair hospitaal in Batavia gebracht, waar hij later op de dag overlijdt.

Zijn laatste rustplaats is niet aanwijsbaar. Zijn naam prijkt nog wel op een Marinegedenkplaat op het Nederlands ereveld Kembang Kuning te Surabaya.

GEDENKTEKEN De Stichting Veteranen Buren wil een gedenkteken realiseren ter nagedachtenis aan 'Onze jongens' uit de gemeente Buren, zodat ze een blijvende herinnering krijgen. Dit streven werd door burgemeester De Boer ook in zijn Nieuwjaarstoespraak gememoreerd, dus kan deze stichting in gesprek gaan met de Gemeente om dit doel te effectueren.

Wie nog over aanvullende informatie beschikt, kan contact opnemen met de auteur Richard van de Velde via r.velde@hetnet.nl