• Picasa

Column Spot op de Betuwe: Graaien

OMMEREN Het vernieuwde heemkundig museum in Ommeren heeft een nieuwe naam. Het heet nu Museum Baron van Brakell. Ik ben grenzeloos trots op die naam en velen in Ommeren en omgeving met mij, zo verwacht ik. Als iemand het verdient om dankbaar in ere gehouden te worden is het deze menslievende baron wel. In onze huidige samenleving worden we met de regelmaat van de klok opgeschrikt door de ontembare jacht op bonussen, vooral in de bankensector. Als ik weer eens in de krant lees hoe de bankentop zichzelf over de ruggen van het personeel en de klanten weet te verrijken, probeer ik mijn verontwaardiging te verdringen door bewonderend aan Fredrik Louis Willem baron van Brakell tot den Brakell te denken. Elke vorm van graaien was deze nobele landbouwpionier vreemd. Hij stopte zijn hele kapitaal in een fonds, dat ten goede kwam aan de arbeidende klasse van de buurtschap Meerten. Al zijn geld was bestemd voor de landarbeiders en de andere arme drommels, die in de negentiende eeuw moesten rondkomen van een paar gulden per week. Zij kregen van hem bouwland, de invaliden een wekelijkse uitkering van een gulden en de kraamvrouwen zeven gulden voor ondergoed, om maar enkele voorbeelden te noemen. De baron was bezeten van het idee dat meer rijken zijn maatschappelijke geste zouden volgen. Hij is bedrogen uitgekomen. Menslievendheid en sociale bewogenheid verliezen het steeds vaker van de ongeremde graaicultuur.

Gegraaid werd er in de tijd van de baron ook, maar dan in een andere context. De vrijerige jongens uit het dorp hadden het voorzien op de melkmeiden van de baron. Zij slopen naar de meiden, die de koeien bewust achter in de weilanden hadden gedreven. De jongens waren behendig in het graaien, maar dan in de richting van de bloezen en de truitjes van de meiden. En het liefst eronder. De baron probeerde daar een stokje voor te steken door open stallen te bouwen, zodat hij de melkende meiden beter in de gaten kon houden. Het zal niet veel geholpen hebben, vermoed ik. Hartstocht laat zich niet beteugelen. Dat wist de goedgeefse baron natuurlijk zelf ook wel. Niet voor niets liet hij in het fondsreglement een voor die tijd welkome bonus opnemen. Zeven gulden voor ondergoed.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl).