• Marjon Beijer

Column Spot op de Betuwe: Boosheid

MAURIK In de televisieserie "Ja zuster, nee zuster" introduceerde schrijfster Annie M.G. Schmidt de boze buurman. Dat is het prototype van een herrieschoppend iemand, die in zijn omgeving altijd met vervelende dreigementen aan komt zetten. Ik zal wel eventjes dit doen of dat doen. Je hebt domme pech als je naast een boze buurman woont. Zo'n pechvogel is de Maurikse ambtenaar, die in Amersfoort werkt. Bij zijn woning arriveerde een partijtje open haard hout. Zijn boze buurman maakte zich ook daar boos over. Hoe kwam de ambtenaar aan dat hout? Had hij het ergens geritseld? Dat had de boze buurman natuurlijk gewoon even kunnen vragen. Maar dat doen boze buurmannen nu eenmaal niet. Die informeren niet, ze intimideren liever. Buurman is lid van de SP. De Socialistische Partij ofwel de Spionage Partij, u mag het zeggen. In zijn boosheid stuurde hij een filmpje van het stapeltje hout naar partijgenoot Ad Meijer, fractieleider in de Amersfoortse gemeenteraad. Of Ad maar even wilde uitzoeken waar de ambtenaar, die hoofd van de plantsoenendienst is, dat snoeihout vandaan had gehaald. Ad liet zich voor het karretje vol boosheid spannen. Ook hij had natuurlijk gewoon even met de betrokkene kunnen bellen. Hij kletste het liever door aan de gemeentesecretaris in Amersfoort. Ad Meijer als kletsmeier. In Amersfoort weten ze ervan mee te praten. Zo maakte de kletsmeier er onlangs een halszaak van dat een Amersfoortse wethouder twintig meter over de gemeentegrens woont. Twintig meter. Ad zal het zelf met de duimstok nagemeten hebben. Het vuurtje dat Ad en de boze buurman in Maurik gestookt hebben, is intussen flink opgepookt. De ambtenaar kreeg te horen dat hij op zoek moet naar een andere baan. De dappere Culemborgse dominee Henri Veldhuis heeft in een brief aan de gemeenteraad een goed woordje voor hem gedaan. De gemeente wist, aldus de predikant, dat incourant resthout, dat anders versnipperd zou moeten worden, verdeeld werd onder de mensen van de plantsoenendienst. De ambtenaar maakte daar geen geheim van. Nu is het met dank aan de boosheid van de buurman en zijn partijgenoot plotseling een doodzonde. De dominee pleit voor barmhartigheid. Hij kent de ambtenaar en weet dat die als mens uit het goede hout gesneden is. Ik ken de ambtenaar niet, maar ondersteun dat pleidooi wel. Als de brief van de dominee niet helpt, heb ik voor de hele kwestie maar een woord over: brandhout!

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)

Label:

Column