75 jaar geleden: De witte vlek in de geschiedenis van Tiel deel 3

ECHTELD Dick van Ommeren (83 jaar), nu wonend in Tiel, vertelt in vier delen in deze krant over zijn vlucht van 75 jaar geleden op Tweede Pinksterdag 13 mei 1940, van Echteld naar Tiel. Deze week deel 3.

Dick van Ommeren

Op vrijdag 10 mei brak de oorlog uit, ons land werd overvallen door de Duitsers. In de nacht waren de militairen vertrokken, uiteraard met veel rumoer, naar de stellingen in de Spees. In de loop van de ochtend kwamen er nieuwe troepen aangemarcheerd en wel het 3de Bataljon van het 44 Regiment Infanterie onder leiding van Majoor Bakhuis. Bedoeld als reserve eenheid voor de eventuele strijd op de Greb. Zij waren gelegerd geweest in Tiel. Majoor Bakhuis vestigde zijn hoofdkwartier mede door de aanwezigheid van een bomvrije kelder, op Ommerstein.

Inmiddels was de lucht vol met Duitse vliegtuigen, die nagenoeg ongehinderd hun gang konden gaan. Ons leger beschikte over een klein aantal jachtvliegtuigen en wat afweergeschut. Sommige soldaten waren niet bekend met dit soort oorlogsvoering en trachtten onder andere met hun karabijnen de Duitse luchtvloot te bestrijden. Af en toe kwam er op de fiets een van onze eigen soldaten een vergeten kledingstuk ophalen en we hoorden dat het in de stelling heel rustig was. Diezelfde dag arriveerde een grote legereenheid uit Brabant. De soldaten kwamen doodvermoeid aan na een lange nacht marcheren. Door een geschil van inzicht tussen de regering en de legerleiding was in februari Generaal Reinders als opperbevelhebber vervangen door de al gepensioneerde Generaal Winkelman. Brabant zou niet verdedigd worden en daardoor werd de Waal de zuidelijke verdedigingslinie. Deze troepen moesten in allerijl met weinig middelen een verdedigingsstelling opbouwen.

Zaterdag kregen we de eerste kanonschoten van de Grebbberg te horen. De angst onder de bewoners begon toe te slaan. Niemand had ooit een oorlog mee gemaakt. De N.S.B.ers waren opgepakt en opgesloten in de school. Bewoners van de kern van Echteld waren daar niet bij; wel de heer Hagendoorn die met zijn vrouw en kinderen Jet en Annemarie de Oude Duikenburg bewoonde, waar n.b. de afdelingscommandant was ingekwartierd geweest. Later bleek deze ook niet geheel zuiver op de graat. De geruchtenstroom nam beangstigende vormen aan. De vijfde colonne (verraders) werd overal vermoed. In iedere buitenstaander zag men een spion. Velen hadden al Duitsers gezien, al of niet in burgerkleding. Doordat de weerbare mannen gemobiliseerd waren, moesten de vrouwen ondanks dat de emancipatie nog niet erg ontwikkeld was, vaak ingrijpende beslissingen nemen. De dreiging van evacuatie nam met het uur toe en het was bekend dat we zo nodig zouden worden vervoerd naar Zuid Holland, achter de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Op Ommerstein werden inmiddels grote partijen wapens aangeleverd en opgeslagen. Mijn moeder wist te voorkomen dat een lading met handgranaatkisten bij ons tegen de gevel werd geplaatst. De militairen werden geleidelijk aan ook steeds nerveuzer. De angst om in een gevechtsituatie te belanden nam hand over hand toe. Oorlog was in die periode een zaak voor buitenlanders. De situatie was op de 1ste Pinksterdag op zijn zachts gezegd in de dorpskern van Echteld buitengewoon chaotisch. Tot aan de zondag was praktisch iedereen er van overtuigd dat de Grebbelinie het wel zou houden, maar allengs werd het vuur heviger en kwam ook steeds dichterbij. De militairen van Majoor Bakhuis, waren inmiddels naar het front vertrokken. De vorige dag had ik in de voortuin op het gazon tussen alle verbinding kabels naar de diverse ondercommandanten bij hem ter geruststelling op schoot mogen zitten. Niemand durfde of kon het dorp verlaten. Er was immers geen vervoer. Het leger had alle beschikbare motorvoertuigen en de paarden en wagens van de boeren gevorderd. In een oorlogssituatie ligt het gezag bij Defensie; toen nog het Ministerie van Oorlog.

De grootste consternatie ontstond door de geruchten dat de Koninklijke familie was gevlucht en ook het Kabinet op punt van vertrek stond. Maar velen namen die geruchten niet serieus. De moedeloosheid nam hier echter niet minder van af. Van de strijd rond Den Haag en bij de Moerdijkbrug was niets bekend. De enkele radio's in het dorp waren door militairen in bezit genomen. Iedereen was verstoken van feitelijke informatie. Ook sloeg iedereen aan het hamsteren en verder had de bevolking een grote angst voor het water. De waterlinie was immers het volgende obstakel voor de vijand. De kern van het dorp ligt op een terp en is dus tamelijk veilig gebied voor water. Maar wat te doen met het vee, in de weilanden en op de uiterwaarden? Het leger aan de waaldijk had zich inmiddels enigszins hersteld van de vermoeiende aftocht en het opnieuw stelling nemen in een onbekend terrein. Al spoedig werd een groot deel ook ingezet bij de Greb.

Volgende week het vierde en daarmee laatste deel.