75 jaar geleden: De witte vlek in de geschiedenis van Tiel deel 2

ECHTELD Dick van Ommeren (83 jaar), nu wonend in Tiel, vertelt in vier delen in deze krant over zijn vlucht van 75 jaar geleden op Tweede Pinksterdag 13 mei 1940, van Echteld naar Tiel. Deze week deel 2.

Dick van Ommeren

Eind augustus 1939 waren de internatiomale spanningen in Europa zo hoog opgelopen dat onze regering onder leiding van Minister President de Geer besloot tot algehele mobilisatie. Dit hield in dat alle mannen van 18 tot 40 jaar, die de dienstplicht vervuld hadden, zich uiterlijk de volgende dag in zijn kazerne diende te melden. Deze aankondiging bracht uiteraard een enorme beroering in het land, zo ook in Echteld. Het dorp werd beroofd van een groot aantal kostwinners. Dispensatie werd praktisch niet verleend.

Die zelfde dag verscheen er in Echteld een aantal militairen als kwartiermakers. Het bleek dat Echteld een gehele Afdeling (Bataljon) artillerie moest huisvesten. Dit kwam mede doordat het Kasteel geschikt bleek om als Hoofdkwartier te dienen. De 2de Afdeling 22 RA bestaande uit 3 batterijen met ca. 800 militairen en 600 paarden werd in Echteld ondergebracht. De consternatie was groot en de rust was op slag verdwenen. Op Ommerstein werden 26 soldaten, 4 onderofficieren en 3 officiren ingekwartierd en er moesten 23 paarden gestald worden. Veel tijd om iets te regelen was er niet, want de volgende dag zou het legeronderdeel al aankomen. Zij waren verzameld in een kazerne in Den Haag, allen zo uit hun dagelijkse bestaan gerukt. Er waren maar enkele beroepsmilitaiten bij, waaronder de latere Staatssecretaris Haex. Elke Batterij beschikte over 4 kanonnen getrokken door 6 paarden met een affuit.

Ik kwam in een paar dagen tijd in een heel andere wereld te leven. De artillerie had de opdracht de Grebbelinie te beschermen. De oorlogopstelling was in de Spees; het verlengde van de Grebbelinie in de Betuwe tussen Opheusden aan de Rijn en Dodewaard aan de Waal. Inderdaad verscheen de volgende dag een groot deel van de troepen vanuit Wadenoijen, daar waren ze uit de trein geladen om de paarden de gelegenheid ter geven, uit te lopen. De route ging over de dijken dwars door Tiel.

Bij aankomst werden De Staf en de Batterijen snel over het dorp verdeeld. De Staf (Kapitein Casie) en het personeel van de 1ste Batterij (Kapitein Prins) werden zoveel mogelijk ingekwartierd in en rond de dorpskern. De 2de Batterij(1ste luitenant Greiner) rond de Oude Duikenburg. In dit statige huis was ook de commandant van de afdeling, Majoor Roodenburg, gelegerd. De 3de Batterij onder leiding van 1ste luitenant Dutrie van Haaften verscheen eerst een paar maanden later en werd gelegerd op Medel.

Overal in Echteld werden voorzorgmaatregelen getroffen. Op Ommerstein werd de kelder "bom bestendig" gemaakt door het plaatsen van stutten. In één van de boomgaarden werd een kogelvrije houten schuilhut gebouwd. En er werden loopgraven aangelegd. De schuren werden ingericht voor paarden stalling en de balkers en hooizolders als slaapvertrekken. Ook ik verhuisde met de inwonende "meid" naar de vliering, Zij had het zolderkamertje ook moeten afstaan, maar dit duurde maar kort want onze dienstbode Marie Kegelaar mocht van haar vader niet tussen al die soldaten de nacht doorbrengen. De officieren Casie, Prins en Greiner kregen elk een eigen slaapkamer. De onderofficieren Looij, van Gessel, Broekman en Haijemaije moesten een voorkamer delen.

De consequenties voor mij persoonlijk waren ook niet gering. Omdat de school ook was gevorderd, werd ik subiet naar Tiel gestuurd om mijn studie daar verder te vervolgen. Ik kwam terecht op school D (er waren toen der tijd 4 OL scholen in Tiel, verdeeld op basis van schoolgeld). School D aan de Voor de Kijk Uit, stond bekend als de school van Wage. Ik kwam in de 2de klas bij Juffrouw van Heuven. De school was net aan het nieuwe schooljaar begonnen. In Echteld was ik al op 1 april met de 2de klas gestart. In Tiel ging het er wel iets anders aan toe. Een grote school met 8 leerkrachten. Ik moest dagelijks over de dijk naar school fietsen. Thuis leerde ik van de soldaten kaart spelen en ik raakte bekend met een groot aantal onbekende woorden en begrippen; zoals kantine, kornet, chevron, opper, poeties, evacuatie enz. Ook bschikte ik in korte tijd over een complete militaire uitrusting (wel zonder wapens) Na een paar weken was de school in Echteld weer open maar ik bleef in Tiel. Hier was ik heel blij mee. Ik leerde goed fietsen en ik mocht lid worden van Theole en van de gymnastiekclub van de heer Bos in de sportzaal aan de Tweede Achterweg.

Echteld was in korte tijd volledig in de greep van onze defensie. De meeste militairen kwamen uit de zuidelijke provincies en brachten het katholieke gelof mee over de Waal. Maar omdat Echteld nogal vrijzinnig was ingesteld gaf dat weinig problemen. Naast de grote overlast waren er ook voordelen voor de bevolking. Zo werd het station weer in gebruik genomen en werd er een grote kantine naast het Wapen van Balveren geplaatst die ook voor de burgerij toegankelijk was. Hier werden films vertoond en traden regelmatig national bekende artiesten op, zoals Lou Bandy en Heintje Davids. Op 10 mei 1940 kwam er aan deze historisch belangrijke periode van de geschiedenis van Echteld een dramatisch einde.

Volgende week deel 3.

Foto: Het zwikkende viertal officieren van links naar rechts Luitenant Greiner, Luitenant Bussemaker (veearts) Kapitein Prins en Kapitein Casie. Mijn vader (Cees van Ommeren) kijkt belangstellend toe.