• Tiel 25-03-2015
    Dick van Ommeren verteld over evacuatie van Echteld naar Tiel in tweede wereldoorlog,
    iov Stad Tiel.
    Foto Raphaël Drent, Tiel.

    Raphael Drent

75 jaar: De witte vlek in de geschiedenis van Tiel deel 4

ECHTELD Dick van Ommeren (83 jaar), nu wonend in Tiel, vertelt in vier delen in deze krant over zijn vlucht van 75 jaar geleden op Tweede Pinksterdag 13 mei 1940, van Echteld naar Tiel. Deze week deel 4.

Dick van Ommeren

Op Tweede Pinksterdag, 13 mei 1940, kwam het bevel tot evacuatie. Vanuit Tiel zouden we per autobus naar Zuid-Holland worden afgevoerd, iedereen diende zich met spoed naar Tiel te begeven. Dit was voor velen niet eenvoudig. De twee vrachtwagens in het dorp waren gevorderd, zo ook de meeste paarden. Op deze directe noodsituatie was niet gerekend, leiding ontbrak. Dit kwam mede doordat het gemeentehuis van de gemeente Echteld in Ochten stond, waar dus het gemeentelijke bestuur was gevestigd. Doordat de bevolking van Ochten reeds per Rijnaak was afgevoerd, ontbrak er verbinding met de leiding van de gemeente.

De paniek sloeg toe. Per fiets gingen we in colonne naar Tiel. De bejaarden werden op karren geladen. De gangbare route over de dijk was afgesloten; dus werd de langere route over de Medelsestraat genomen. Bij Medel's Hof moesten we met de hele groep in een droge sloot dekking zoeken voor laagvliegende Duitse vliegtuigen. Inmiddels had mevrouw Achterberg, als echtgenote van de pas benoemde dominee, de leiding op zich genomen. Via de onbewaakte overweg op de Medelsestraat kwamen we in Tiel terecht. Het Amsterdam Rijnkanaal was nog in aanbouw. Op de Groenmarkt moesten we ons verzamelen in afwachting van verder vervoer. Tiel was op dat moment geheel ontruimd.

Praktisch alle bewoners waren vluchtend vertrokken. De meesten per bus over de brug bij Vianen naar het 'veilige' Zuid-Holland achter de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Wij vernamen dat we in de loop van de middag door diezelfde bussen richting Gouda zouden worden vervoerd. Steeds meer dorpsgenoten uit het buitengebied arriveerden op de Groenmarkt. Het werd een grote groep radeloze mensen, die geleidelijk aan volledig ontredderd raakte. De grootste zorg was, wat er met het achter gebleven vee zou gebeuren. De koeien moesten wel gemolken worden. De oorlog kwam steeds dichterbij. Er was van alle kanten dreiging, laag vliegende vliegtuigen, luchtgevechten, gebulder van het afweergeschut en de strijd rond de Grebbelinie, waar vele bekenden of familieleden gelegerd waren. Het vuur van de branden was zichtbaar en het geschut was duidelijk hoorbaar.

Laat in de middag kwam de afschuwelijke tijding dat vervoer vanuit Tiel niet meer mogelijk was. De brug bij Vianen zou worden opgeblazen. Ook het gerucht dat de koninklijke familie en de regering op de vlucht geslagen waren kwam als een mokerslag aan. Mevrouw Achterberg regelde een samenkomst in het Spaarbankgebouw, de toenmalige schouwburg van Tiel. Hier wilde men gaan overleggen inzake voeding en huisvesting. Ouderling Blitterswijk ging voor in gebed en riep op tot kalmte, opdat moment hoorden we bommen vallen en kregen we te maken met een nieuwe vorm van oorlogvoering. De Duitsers bombardeerden vermeende doelen in de Elzenpas. In grote angst trachtte men het pand te verlaten, door het gedrang brak er paniek uit en werd de situatie onbeheersbaar. De mensen waren radeloos en dachten dat ze reddeloos waren en werden zodoende redeloos. Waar was men veilig? Waar was er iets te eten? Huizen en winkels werden opengebroken en geplunderd. Men ging er vanuit dat de ontstane situatie lang zou kunnen duren. Oorlog was immers de loopgravenstrijd van 22 jaar geleden in België. Dit stond de bevolking voor ogen, niet de 'Blitzkrieg' van Hitler.

Sommige boeren gingen toch tegen alle adviezen in, hun koeien thuis melken. In grote angst werd de nacht tegemoet gezien. Iedereen verschafte zich een slaapplaats merendeels in open gebroken woningen. Wij kwamen terecht in het huis van Dokter de Haan in de Agnietenstraat. De volgende ochtend vernamen wij dat de Grebbelinie was gevallen en dat ons leger verslagen en in verwarring op de terugtocht was. Door deze geruchten en andere speculatieve berichten werd de situatie er in Tiel niet beter op. Ook ging men er vanuit dat nu de Waterlinie in werking zou worden gesteld, met alle negatieve gevolgen van dien. De moraal van de Echteldse bevolking verminderde met het uur. Er was totaal geen orde of gezag. Alles bleek ineens toegestaan. Toen later het bombardement op Rotterdam bij gerucht werd vernomen, nam de angst onbeheersbare vormen aan. Bij veel ouderen trad een vorm van gelatenheid in. De geruchtenstroom nam hand over hand toe, achter iedere boom vermoedde men een Duitse soldaat of een spion. Toen tegen de avond bekend werd dat Generaal Winkelman gecapituleerd had sloeg de angst om in grote woede en teleurstelling. De volgende ochtend gingen we weer naar huis, ook daar bleek te zijn geroofd en geplunderd; zeker niet door de Duitsers. Het Duitse leger was in die tijd nog zeer gedisciplineerd. Ons huis was ook doorzocht en de kasten waren overhoop gehaald. Veel tijd om hier bij stil te staan was er niet. Er begon een geheel nieuwe periode in onze geschiedenis.