• Columnist Jan Beyer heeft zijn 200ste column voor de Stad Tiel geschreven.

    Raphael Drent

Zangfietsen

Nou, dat viel mee. Mijn tandarts die de kwaliteit van mijn gebit met zo'n venijnig haakje had nagetrokken, had geen enkel gaatje gevonden. Met een gevoel van onverwachte blijheid verliet ik de praktijk en stapte vrolijk op de fiets. Nee, niet direct naar huis. Ik besloot vanwege mijn opperbeste stemming een ommetje te maken over Tiels nieuwste promotionele aanwinst: het zangfietspad van Zinder naar het voetveer. Je kunt het daar op een zingen zetten zonder gek aangekeken te worden, zo had ik gelezen. Zing zo hard je kunt, schaam je maar niet. Dat hoefde ik ook niet, want ik reed moederziel alleen over dat pad en voelde me de eenzame fietser van Boudewijn de Groot. Als ik mijn stem als de scheepstoeter van een Waalschip had laten denderen, had nog niemand me gehoord.

Maar kom op, niet zeuren, ik was tenslotte in een goede bui, ging op de trappers staan en zong luidkeels twee regels die spontaan in mij opkwamen:

"Lekker zingen op ons fietspaadje

De tandarts vond gelukkig geen gaatje"

Deze tekst mag dan misschien grappig klinken, maar de binnenstad maak je er niet aantrekkelijker mee. En dat is wel de bedoeling van het pad. Het is een project om die binnenstad te "verbijzonderen", zoals initiatiefneemster Rachel van der Schaaf het noemde. Ik hoop natuurlijk van harte dat het helpt. Dat we Tiel al fietsend tot grotere hoogte kunnen zingen. Om dat doel te bereiken, zou je wellicht beter over de stad kunnen zingen en niet over mijn eigen hebbelijkheden, bedacht ik. Dat bracht mij tot de volgende tekst, die ik opnieuw uit volle borst al trappend ten gehore bracht:

"Lekker zingen op ons fietspaadje

Maar wat missen wij ons C&Atje"

Twee veel te snel fietsende e-bikers die me bij het passeren hoorden galmen, keken vol vraagtekens achterom. Ze zullen zich afgevraagd hebben of ik ze wel allemaal op een rijtje had. Moeten zeker nog wennen aan het idee van een zangfietspad, dacht ik. Op de terugweg liep ik met de fiets aan de hand door de winkelstraten. Met mijn vrolijke bui was het toen wel gedaan. Die lege panden, je wilt er eigenlijk niet naar kijken, maar toch zie je ze. Jammer. Daar ga je niet van zingen, daar passen geen vrolijke zangnoten bij. Bovendien kun je winkels nu eenmaal niet vol zingen. Ik voelde dat er een pijntje kwam opzetten. Was het misschien een tand die door het nare haakje van de tandarts zeer was gaan doen? Ik liet mijn vinger langs mijn tanden glijden en voelde. Tandpijn, nee toch niet. Het zal wel middenstandspijn geweest zijn.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)