• Columnist Jan Beyer heeft zijn 200ste column voor de Stad Tiel geschreven.

    Raphael Drent

Vriendelijk

Natuurlijk moet dat schitterende fruitcorso blijven. Om daar een bescheiden bijdrage aan te leveren werd ik een Vriendje van een Tientje. Het gaf me een goed gevoel. Ik beschouwde het als een eretitel, alsof je een streepje voor hebt bij het corso. Alsof je een ambassadeur bent. "Vriendje van een Tientje", zei ik dan ook trots bij de kassa en toonde het bijbehorende A-viertje, dat ik thuis had uitgeprint. De man achter het loket schoof zwijgend een kaartje naar me toe. En een rood balletje in de vorm van een appeltje van nylon. Een cadeautje van de organisatie, speciaal voor die lieve vriendjes. Met veel geduld kon je er een tasje van maken. Het kaartje werd me uit de hand getrokken door een in een lichtblauw pak gestoken controleur. Zo betrad ik als vriendje met een rood balletje, maar zonder entreebewijs, het parcours. Mooie wagens gezien, lekker gegeten op het Plein en daarna weer terug naar het station waar ik de fiets had staan. Bij de Burense Poort liep ik in de val. Een lichtblauw pak hield me staande. Hebt u een kaartje meneer? Nee, natuurlijk niet. Dat hadden ze zelf van me afgepakt. Dus werd ik resoluut naar de kassa gecommandeerd. Misschien kan mijn cadeautje me uit deze situatie redden, dacht ik. Maar toen ik dit balletje opgooide om te bewijzen dat ik toch echt een Vriendje van een Tientje was en dus al betaald had, maakte dat geen indruk op de lichtblauwe controleur. Geen discussie mogelijk met deze man, die de kunst verstaat om vriendjes als vijanden te behandelen. Hij stuurde me de stad weer in, want daar ergens moest het station wel zijn, dacht hij. Zo dwaalde ik langs de singel, langs afgesloten straten, hoge hekwerken en steeds weer nieuwe controleurs, die me geen van allen konden vertellen hoe ik bij het station moest komen. Ze wisten misschien niet eens dat Tiel een station heeft. Na ruim een half uur was ik bij mijn fiets. Daar trof ik nog een paar vriendjes. Ze hadden de achterkant van het station via een lange omzwerving langs onder meer het oude slachthuis weten te bereiken. Naar huis rijdend voelde ik me als die kwaaie opstandige vrouwen op de winnende wagen van Culemborg. Ik was vooral kwaad op mezelf. Voor datzelfde tientje had ik een doorlopend toegangbewijs voor het hele corsoweekend kunnen kopen. Dan had ik die heisa bij de toegangshekken niet gehad. Vriendje voor een Tientje? Daar denk ik sinds zaterdag toch anders over. Ik voel me eerder Kameraadje in een afgesloten Straatje.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)