• Columnist Jan Beyer heeft zijn 200ste column voor de Stad Tiel geschreven.

    Raphael Drent

Trekjes

Als ik aan de ontbijttafel mijn eitje tik en mijn bakje muesli leeg lepel, kan ik ze met een schuin oog door het raam van de schuifpui aan het werk zien. Man en vrouw ekster die in een verwilderde gemeenteboom achter onze tuin hun nest bouwen. Ze bieden me elke ochtend een fascinerend schouwspel. Om de beurt slepen ze de takken aan waarmee ze het kraambed voor hun toekomstig kroost ingenieus in elkaar vlechten. Er is niets of niemand die hen stoort bij de bouw. Niemand die er moeilijk over doet of een stokje voor steekt. Geen ambtenaren die eindeloos zeuren over de vergunningen. Geen boa's, die om een hoekje staan te loeren met een bekeuring in de aanslag. Geen wethouders die voor elk wissewasje dure adviesbureaus inhuren. Geen paniekerig uitstel omdat de begroting bol staat van de rode cijfers. Geen vrome gemeenteraadsleden die je hun zondagsrust willen opdringen. Geen bouwplannen die jarenlang in de kast blijven liggen. Niets van dat alles. De eksters bouwen ongehinderd voort, het nest groeit met de dag. Hun planning klopt precies. Je zou er, als je ziet hoe ingewikkeld wij als mensen onze samenleving hebben ingericht, jaloers op worden. Daar kunnen we een voorbeeld aan nemen, dacht ik in eerste instantie. Maar pas op, want de eksters hebben wel terdege menselijke trekjes. De vrouwtjes zijn nogal kieskeurig bij het uitzoeken van hun partner. Zij selecteren hem op de lengte van zijn staart. Het mannetje dat de staart het hoogst kan opbeuren is favoriet. De bouw van het nest verloopt ook niet zo gladjes als ik aanvankelijk vermoedde. De vrouwtjes bouwen ijverig mee, dat wel, maar hou ze in de gaten. Als manlief even niet oplet, gaan ze gemakkelijk in op de avances van de buurman, die vanuit een naburige boom even langs wipt. Ze hebben niet alleen een lage dunk van seksuele trouw, maar zijn ook nog eens huichelachtig. Als het overspel wordt ontdekt door manlief, jagen ze de hitsige buurman luid krijsend en verontwaardigd op de vlucht. Om daarna weer ijverig aan het bouwen te gaan alsof er niets gebeurd is.

Maandag, toen ik dit stukje schreef, keek ik vanachter de ontbijttafel weer naar buiten om de nestbouw gade te slaan. Er kwam geen ekster opdragen. De bouw die zo feilloos leek te verlopen, lag stil. De hele dag. Waarom? 't Is me nog steeds een raadsel. De eksters moeten zich op de een of andere manier toch in de nesten gewerkt hebben. Het zullen hun menselijke trekjes wel zijn.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)