• Tiel 02/08/2019 Columnist Jan Beijer iov Stad Tiel foto Raphael Drent

    Raphael Drent

Station

Het NS-station in Geldermalsen lijkt mij een uitstekende locatie om een enge film op te nemen. Zo'n Oostblokfilm waar de naargeestigheid vanaf straalt. De perrons zijn er altijd winderig en in de avond onheilspellend stil. Je schrikt er van de doorgaande treinen die je voorbij razen. Het ruim bemeten gebouw lijkt doelloos leeg te staan met slechts een wachtruimte, die tegenwoordig Huiskamer heet, als uitzondering. De treinen van en naar Utrecht staan er minutenlang stil. Waarom eigenlijk? Dat wordt de reiziger niet gemeld. Als je de pech hebt om vanuit Den Bosch de overstap naar Tiel wegens vertraging te missen, zoals mij onlangs op een zaterdagavond is overkomen, krijg je het gevoel aan het eind van de wereld terecht gekomen te zijn. Bijna een half uur wachten in troosteloosheid. De Huiskamer is al om vier uur dichtgegaan. De wc ook. Ik rammelde tevergeefs aan de deur van het toilet in gezelschap van een jongen en een meisje uit Passewaaij die eveneens hoge nood voelden opkomen. Nog een minuut of twintig wachten op de trein, dan door naar Passewaaij en tenslotte nog op tijd met die volle blaas thuis zien te komen. Dat was het lot dat wij deelden. Ik zag ooit een moeder in de trein die haar huilende kind in een flesje liet plassen. Schroefdop er stevig op en dan de tas in. Zo zou het kunnen, maar deze methode is uiteraard niet voor een kerel als ik weggelegd. En zeker niet voor het Passewaaijse meisje, dat nerveus wippend op haar stoel, de druk op haar blaas probeerde te verzachten. We bereikten het stationnetje van Passewaaij. Het tweetal maakte zich schielijk uit de voeten. Haastje-repje naar het eigen toilet. Ik stapte ook uit en merkte dat mijn onderlijf geen verder uitstel verdroeg. Daarom speurde ik de donkere omgeving af. Zou ik het wagen om daar in de buurt van een bruggetje een nummertje wildplassen ten beste te geven? Niemand zou het zien, zo overwoog ik. Maar aan de andere kant, je weet het tegenwoordig nooit met die verstopte camera's. En even dacht ik aan die krijgshaftige majoor Marco Kroon, die zich in de Bossche binnenstad "snikkelzwaaiend", zoals Youp van 't Hek in zijn column schreef, van zijn carnavalsplas ontdeed. Dat werd terecht niet gepikt en Marco moet zich nu voor de rechter verantwoorden. Zijn reputatie heeft hij zelf aan diggelen geplast. Dat zou mij ook kunnen overkomen, bedacht ik, als ik daar bij het bruggetje de rits van mijn gulp naar beneden zou trekken. Ik ben dan wel geen bekende Nederlander en ook geen drager van de Militaire Willemsorde, zoals Marco. Maar ik ben wel onderscheiden met de Erepenning van de Stad Tiel en bovendien een columnist die nauwe banden heeft met een groot lezerspubliek. Stel dat ik betrapt zou worden door een verdwaalde boa. De tamtam van de sociale media zou hard gaan roffelen. Plas-lawaai in Passewaaij,

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)