• Columnist Jan Beyer heeft zijn 200ste column voor de Stad Tiel geschreven.

    Raphael Drent

Spaans

Je moet doen waar je goed in bent, is mij altijd voorgehouden. Waar ik goed in ben? Misschien in stukjes schrijven. Toch ligt mijn sterkste kant daar niet. Mijn knapste prestatie lever ik tijdens het Sinterklaasfeest bij ons thuis. Dan snij ik met een kanjer van een broodmes de traditionele Zwarte Pietentaart in punten, die allemaal precies even groot moeten zijn. En dat zijn ze ook, tot grote geruststelling van mijn kleinkinderen die nauwkeurig toekijken als ik met dat mes in de weer ben. Negen punten gaan er uit die taart. Allemaal exact gelijk; dat is het vakwerk van opa. Dit jaar ging het mis. De kleine Lewis ontdekte dat op zijn taartstuk een chocolade-pepernoot ontbrak. Zijn broertje Jimmy had die wel. Opa was volgens Lewis danig de fout in gegaan met zijn broodmes. Door mijn pepernoot spontaan op te offeren, wist ik die ongelijkheid tot tevredenheid van het opgewonden taart-etertje weg te werken. Waar zijn kinderen goed in? In logica. Het klopt of het klopt niet. Het moet gewoon kloppen. Dat geldt ook voor Sinterklaas zelf. Een goedheiligman wiens hoofd in alle haast is opgetuigd met stroken wapperende watten van de koopjeswinkel, valt al gauw door de kinderlijke mand. Precisie is geboden. Dat ondervond ook de juf die in de klas van een Betuwse school vertelde dat de Sint het hele jaar in Spanje woont. Waarop een jongetje zijn vinger opstak en haar overrompelde met de priemende opmerking: "Dan zal-ie ook wel vloeiend Spaans spreken. Dat zou ik wel eens willen horen." De juf twijfelde. Ze besloot, net als een gemeenteraadslid, de gulden middenweg te kiezen voor haar reactie. "Hij spreekt Nederlands met een Spaans accent. Dat kun je echt wel horen. Luister maar goed", zo liet ze het nieuwsgierige kereltje aarzelend weten. Tegelijkertijd had ze al spijt van deze bewering. Toen Sint even later hoogstpersoonlijk in de klas arriveerde, kreeg ze het dan ook even Spaans benauwd. Ze verwelkomde hem allerhartelijkst en fluisterde hem iets in het oor. De vermeende Spanjaard knikte vol overtuiging. Komt dik voor mekaar, zo kon de leerkracht van zijn begrijpende blikken aflezen. "We zingen eerst een paar liedjes en daarna geef ik het woord aan de Sint," schalde de juf en ze zette het platgezongen liedje Dag Sinterklaasje in.

Daarna was het de beurt aan de uit Spanje stammende kindervriend. Hij kuchte een paar keer en sprak vervolgens, met een schuin oog naar de juf: "Dag liefe kijndere. Ik sij harstikke blij um wir bij gullie te sijn. Gullie lusse fas wel een snuupke."

Jan Beijer

(jbeijer@upcmail.nl)