Lugubere vondsten in uiterwaarden

BEUSICHEM - De gevolgen van de operatie Market-Garden in de herfst van 1944 waren nog maanden zichtbaar op de beide rivieroevers van de Rijn en de Lek toen grote aantallen stoffelijke overschotten van geallieerde militairen aanspoelden. Beusichemmer Richard van de Velde traceerde er enkele en verhaalt over hun laatste levensuren.Van de Velde: ,,Tijdens een oriënterend bezoek op de Algemene begraafplaats in Beusichem stuitte ik op een grafkruis van de Poolse parachutist Adam Dec. Ik vroeg me af wat er met was hem gebeurd en waarom hij niet begraven was bij zijn kameraden in Oosterbeek." Uit nader onderzoek bleek dat op 24 september 1944 tijdens de operatie Market Garden bij Driel de landing plaatsvond van de 1ste Onafhankelijke Poolse Parachutisten Brigade, onder bevel van generaal Sosabowski. Deze groep soldaten was bijeengebracht om ooit de Poolse hoofdstad Warschau van de Duitsers te bevrijden. De plannen wijzigden en de brigade werd ingezet om de in moeilijkheden geraakte geallieerde legers bij de Slag om Arnhem te helpen. Onder hevig Duits vuur probeerden zij in rubberbootjes de Rijn over te steken. Het doel was versterking van het Britse bruggenhoofd rond villa 'Hartenstein' in Oosterbeek (nu Airbornemuseum), dat tijdelijk dienst deed als hoofdkwartier van generaal Urquhart van de 1ste Britse Airborne Divisie.In de nacht van 25 op 26 september dekten zij met de Engelse 'Dorsets', de aftocht van de Britse parachutisten. Het lukte Generaal Sosabowski en zijn mannen de zuidelijke Rijnoever bij Heteren en Driel van 21 tot 26 september 1944 bezet te houden. Toen ze uiteindelijk zelf moesten terugtrekken, waren er nauwelijks nog boten beschikbaar. Kleine groepjes bereikten nog de Betuwekant, maar een groot aantal sneuvelde of verdronk. Tijdens deze operatie zijn bijna vierhonderd Poolse soldaten om het leven gekomen of als vermist opgegeven.Bijna twee maanden later op 15 november 1944 om 15.00 uur werd in Beusichem, volgens een rapport van marechaussee R. van Scherpenzeel, een geallieerd stoffelijk overschot uit de Lek gehaald. Enkele Duitse Oberfeldwebels waren bij de berging van het lijk aanwezig. Zij verklaarden dat de herkenningsplaatjes die op het stoffelijk overschot werden gevonden rood en blauw waren en beiden het opschrift hadden: "A.P. Dec. 1912. 57/1 Kat." Voorts was het lijk gehuld in een kort bruin jasje met op de revers een valscherm. Opvallend was dat geen schoenen, sokken noch een bovenbroek werden aangetroffen. Al spoedig bleek dat het om de Poolse parachutist A.J. Dec ging.De ouders van Adam Julian waren Wladyslaw Dec en Wiktoria Pichko uit Mszana, Krosno, Lwow in Zuid-Polen. Adam maakte deel uit van de 3e Parachute Bataljon van de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade, oftewel Brygada Spadochronowa. Hij had als rang Strzelec, oftewel "rifleman". Vermoedelijk heeft Adam geprobeerd om zwemmend de overkant van de Rijn te bereiken, maar is onderweg doodgeschoten of verdronken. Hij werd volgens opgave van de gemeente Beusichem op 15 november 1944 op de Algemene Begraafplaats in Beusichem begraven. De Beusichemse Jeugdvereniging, onder leiding van mevrouw Bultes van Mourik, zamelde net na de oorlog geld in bij de inwoners van deze gemeente en kon zodoende het kruis en de zerk voor het graf van deze Poolse militair bekostigen.Op 25 juni 1948 vond door de Poolse Vereniging uit Rotterdam een plechtigheid en kranslegging plaats bij het graf van Adam Dec. Zestig Polen en de Poolse consul gingen vanuit Hotel De Zwaan in Beusichem in tocht naar de Algemene begraafplaats. Bij het graf werd het stil en zongen de Polen hun volkslied en vervolgens de Jeugdvereniging het Wilhelmus. Twee Poolse meisjes in nationale dracht reikten de krans aan de consul over, die hij tegen het kruis van het grafmonument plaatste. In de jaren vijftig werd Adam door een vergissing herbegraven op het Pools Militair Ereveld in Breda, terwijl de meeste van zijn gesneuvelde kameraden in Oosterbeek begraven liggen. Het originele grafkruis is echter in Beusichem achtergebleven.In het centrum van Driel staat een monument dat herinnert aan de omgekomen Poolse soldaten van deze parachutistenbrigade. Ook de naam van Adam Dec staat er op vermeld.Elk jaar worden hier de Poolse para's door familieleden en Nederlanders op plechtige wijze herdacht. Ze leggen dan kransen van witte en rode bloemen, de kleuren van de Poolse vlag, bij het monument.In 2006 is Adam postuum gedecoreerd met de Militaire Willemsorde. Op 18 november 1944 spoelde nabij de Steenoven in Ravenswaaij het stoffelijk overschot aan van de in 1922 in het Engelse Darlington geboren Peter ("Pete") Hill. Hij was student en wilde 'iets doen om de wereld te verbeteren' en ging vervolgens in 1942 als oorlogsvrijwilliger het leger in. Hij werd als zweefvliegtuigpiloot gestationeerd op het vliegveld Tarrant Ruston in het graafschap Dorset. Op 17 september 1944 was hij eerste piloot in een Hamilcar-zweefvliegtuig (glider), die werd ingezet bij de operatie Market-Garden. Zijn tweede piloot was Sergeant T.L. Openshaw. Ze vervoerden twee Bren Gun carriers die naar naar Wolfheze gebracht moesten worden. Hun landing nabij Arnhem was perfect. Ze voegden zich hierna bij de C-squadron en moesten de zuidzijde van Wolfheze helpen verdedigen. Vervolgens ging het richting Oosterbeek. Hier moesten ze op 25 september 1944 vluchten voor de Duitse overmacht. Dat deden ze door nabij Driel op vlotten, canvas bootjes of zwemmend de overkant van de Rijn over te steken. Peter kon echter niet zwemmen en was doodsbang in water, maar had het geluk juist daar de Engelse kampioen zwemmen David Hartley te ontmoeten. Ze zagen beiden kans om in een canvas boot te stappen, maar die kreeg al spoedig een voltreffer van een mortiergranaat, waardoor het kapseisde en de passagiers in het water belandden. David greep Peter vast, maar raakte hem helaas in het donker weer kwijt. Hijzelf kwam pas weer bij kennis in een veldhospitaal en hoorde toen dat Peter Hill vermoedelijk was verdronken. Pete werd begraven op het RK-kerkhof in Maurik. Zijn moeder en nicht bezochten zijn graf regelmatig. In september 2004 bezocht zijn vroegere collega John Perfect voor het eerst het graf van Pete.Op 12 november 1944 werd op de oever van de Lek, nabij de huidige jachthaven in Culemborg, het onherkenbare stoffelijke overschot aangetroffen van een onbekende Britse parachutist.Hij was afkomstig van de 1st Airborne Divisie en betrokken geweest bij de luchtlanding in september 1944 nabij Arnhem. Hij was vermoedelijk een slachtoffer van de terugtocht in de nacht van 25/26 september 1944. Zes weken later spoelde hij pas aan in Culemborg. De op dat tijdstip aanwezige Feldgendarmerie hadden de pioniersschop en privé-eigendommen aan het lijk ontnomen, alsmede het leren identiteitsplaatje. Bij navraag bij hen over de naam van het slachtoffer, werd nimmer een positief antwoord verkregen. Hij behoorde tot een Britse parachutebataljon, omdat op zijn rode baret een parachutewing was bevestigd.Van de Velde: ,,Ik ben zelfs persoonlijk naar het Militaire Archief in Freiburg geweest om op zoek te gaan naar aanwijzingen in de Duitse politiearchieven uit Culemborg. Helaas bleken die bij hun terugtocht naar Duitsland verbrand te zijn. De identiteit van deze para zal dus nooit kunnen worden vastgesteld, omdat de Engelse Oorlogsgravenstichting bij bestaande graven geen toestemming verleent tot opgraving en DNA-onderzoek."Het graf van deze onbekende Britse parachutist is te zien op de Algemene begraafplaats aan de Achterweg in Culemborg.  Mocht u nog over aanvullende informatie beschikken, dan kunt u contact opnemen met Richard van de Velde, telnr. 0345-502583 of via zijn websites www.oorlogsslachtoffersculemborg.nl en www.oorlogsslachtoffersgemeenteburen.nl