Plein

Zondagmorgen na Appelpop. Ik fiets voorzichtig door de Tielse binnenstad. Voor het eerst weer na mijn heupoperatie op de fiets. Behoedzaam pedaleer ik door de Tielse binnenstad. De straten zijn nog leeg, op enkele groepjes druk communicerende Polen na. Bij de ijssalon nestelen de eerste klanten zich op het terras. Cultureel centrum Zinder blinkt als een klomp goud in de opkomende zon. Het is alsof een onzichtbare hand mij die kant op trekt. Het plein voor het gebouw is afgezet met hoge hekken, maar ik ontdek een gaatje en kan toch naar binnen fietsen. Op het lege plein dwarrelen de bruine herfstbladeren. En daar….daar zie ik, half verscholen onder het opgewaaide blad, de glimmende gedenksteen van musicus en componist John van Buren. Met eerbied stap ik af. Ik sta nu op hetzelfde plekje waar zijn moeder Rijntje stond bij de onthulling van de steen, twee en een halve week geleden. Vanaf een afstandje zag ik toen hoe kleindochter Kilke een arm om haar heen sloeg. Haar andere arm omklemde de schouder van knuffelbeer Berry, haar doorgaans goedlachse oom. Rijntje (wat een toffe Betuwse naam) had het kwaad bij de onthulling. Ze stond voorover gebogen en duwde een zakdoek in haar ogen om te voorkomen dat de tranen over haar bloemetjesjurk zouden rollen. Het verdriet van een 97-jarige moeder. Verdriet zoals alleen een moeder maar kan hebben. Een moeder die haar zoon vertroetelde. Elke dag om half vier ging ze naar zijn huis om daar de aardappels te schillen. En ze zorgde ervoor dat hij als kind zo veel mogelijk melk dronk. Want de kleine John moest sterk worden. Ze genoot van zijn muzikale talent, dat hij van vader Nol had geërfd. Bijna altijd was ze erbij als John optrad met de legendarische rockgroep The Dream, de opvolger van de band Mothers Love. Mothers Love? De liefde van een moeder, de liefde voor een moeder. Die naam zal geen toeval zijn.

Dit alles flitste er door mijn hoofd toen ik daar zondagmorgen bij die gedenksteen stond. Een steen, stijlvol vorm gegeven door Guusje Kaayk. En zo karakteristiek, dat het net lijkt of John op die steen met zijn onovertroffen passie de pianotoetsen met een zwierig gebaar aanslaat.

Ik pakte mijn fiets weer en draaide sukkelend een rondje over het plein. Heel alleen op dat plein. Het John van Burenplein. Ik keek nog even om naar het hoekje met de gedenksteen. Voor mij is dat hoekje voortaan het Pleintje van Rijntje.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)