• Columnist Jan Beyer heeft zijn 200ste column voor de Stad Tiel geschreven.

    Raphael Drent

Beleving

Vorige week woensdag ging ik er eens echt voor zitten. In de achtertuin met een blikje alcoholvrij bier (ik wilde mijn hoofd er goed bijhouden) en met mijn cameraatje in de aanslag. Er zou een laagvliegende Boeing overkomen. Ongeveer 3000 meter laag. En wij mochten van de minister beoordelen of onze trommelvliezen daar wel tegen bestand zijn. De Betuwe ligt straks in de luchtroute naar het nieuwe vliegveld van Lelystad. Hoe beleven we dat? De belevingsvlucht van de Boeing zou dat moeten uitwijzen. Belevingsvlucht, wat een rare kreet. Nooit eerder van gehoord. Je zou eerder aan zo'n duizelingwekkende rit met de python van de Efteling denken. En wat beleefde ik op die woensdag? Rond half vier zou de laagvlieger over komen, zo meldde Omroep Gelderland. De spanning steeg in mijn achtertuintje. Ik spitste mijn oren zoals ik zo nog nooit gespitst had. Mijn waakzaamheid nam een hoge vlucht. Maar wat ik wilde horen, hoorde ik niet. In de wijk tufte een irritante onkruidbrander rond. Het luidruchtige apparaat, ingehuurd door de Avri, hobbelde van grasspriet naar onkruidpolletje en bleef maar hinderlijk piepend heen en weer rijden, de straat achterlatend in een penetrante brandgeur. Een overbodige actie, want als je de perken en plantsoenen niet fatsoenlijk onderhoudt, zitten de stoepen zo weer vol met onkruid. In de buurt ratelde ergens een heggenschaar. Het kan ook een kettingzaag geweest zijn. Of misschien wel een bladblazer. Ik ben niet zo goed in apparaten. Een paar huizen verder haalde een kraan een tuin leeg, met aanhoudend stenengekletter tot gevolg. Een koppel kraaien kreeg het agressief kwetterend aan de stok met de eksters, die nestelen in de hoge bomen van de gemeente, die deze dieren zo angstvallig beschermt. De kinderen in een opgeblazen zwembad in onze buurt, hadden eveneens hun aandeel in deze kakofonie van geluid. Daar kunnen mijn oren wel tegen. Hun waterplezier hoor ik altijd nog veel liever dan die snerpende apparaten om me heen. Ik tuurde naar de lucht, naar de wolken. Geen vliegtuig te zien, laat staan te horen. De vlucht was uitgesteld, hoorden we later op de radio. Was dat een handige truc van de minister? Was ik erin gevlogen? Ik weet het niet. Maakt ook niet uit. Ook al zouden er tien Boeings in formatie laag overgevlogen zijn, ik zou het niet gehoord hebben. Wat wil je ook met al; die herrie in je woonomgeving. Je kunt, verdikkeme, niet eens meer in je eigen tuintje lekker ongestoord naar vliegtuiglawaai luisteren.'t Is ongehoord!

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)